elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: huurder

huurder , huurder , mannelijk , huurdesj , huurder.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
huurder , huurder , de , huurders , huurder Die boerderij wordt verhuurd veur twaalf jaor en as huurder kunj dat verlengen (Wed)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal