elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ijsbaan

ijsbaan , iesbaan , vrouwelijk , iesbaane , ijbaan.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ijsbaan , iesbaene , ijsbaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
ijsbaan , iesbaan , de , ijsbaan Ze bunt mit ’n allen op de iesbane an het scheuveln (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ijsbaan , iesbaene , zelfstandig naamwoord , de; ijsbaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ijsbaan , [ijs om op te schaatsen] , iesbane , (zelfstandig naamwoord) , ijsbaan.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
ijsbaan , [ijsbaan] , iesbaan , (vrouwelijk) , ijsbaan
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal