elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ijsheiligen

ijsheiligen , ieshéllige , mv , De ijsheiligen (Pancratius, Servatius en Bonefatius 12, 13 en 14 mei = de laatste dagen met mogelijk nog echt winters weer.) [Mill]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ijsheiligen , ieshëlge , iesheilige , mannelijk , ijsheiligen. ’t Zoomergout móste eesj nao de ieshëlge paote: het is niet raadzaam plantgoed, dat niet tegen de nachtvorst bestand is, te planten vóór die dagen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ijsheiligen , isjhéjligge , IJsheiligen, 12-14 mei.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
ijsheiligen , èèsheilige , zelfstandig naamwoord , ijsheiligen. Pancraas (12 mei), Servaas (13 mei) en Bonifaas (14 mei) geven vorst en ijs helaas. Nog na de oorlog trok rond deze tijd een processie door het dorp om “de zegen af te smeken over de vruchten des velds”.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
ijsheiligen , èijshèllige , ijsheiligen, 12, 13 en 14 mei.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
ijsheiligen , èèshèllege , zelfstandig naamwoord , Frans Verbunt: ijsheiligen; Jan Naaijkens - Dè's Biks - 1992 – èèsheilige zelfstandig naamwoord - ijsheiligen: Pancraas, Servaas, Bonifaas (12, 13, 14 mei)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal