elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: illumineren

illumineren , limmeneiere , limmeneierde, haet of is gelimmeneiert , illumineren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
illumineren , elmeneren , (wb) = illumineren
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
illumineren , limmeneere , zwak werkwoord , "mogelijk uit het Franse illuminer, feestelijk verlichten; - het er goed van nemen; de fijne meneer spelen. - limmeneere - limmeneerde - gelimmeneerd; Cees Robben: Ik hèb aaltij goed gelimmeneerd; Daamen, Handschrift 1916 ""ze limmeneeren mar dag in dag uit (de bloemetjes buiten zetten)""; 1965 - Een banjermijnheer kan wel eens lopen te ""limmeneren"". Met dit werkwoord duiden onze mensen aan het fijne mijnheer spelen, waarbij dan soms op de achtergrond nog wel de gedachte meespeelt, dat het van andermans centen gebeurt. (Pierre van Beek – Tilburgse Taalplastiek 23 - 02-01-1965); 1965 - Reactie op het voorgaande -; 2007 - Wij mar werken en aaltij ons geld hillemaol afgeeven en zij mar limmeneren, waar et waor wij ons aon stoorde. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); 2009 - Piet van Beers – ‘1ste Lezing uit Lukas 15’: Z' n grotste beezighèd was: Schönsmarsjeere/ èn daogelang fiste èn limmeneere. (Spoeje doemmeniemer; 2009); Piet van Beers – ‘Groeten uit Mallorca’: De jeugd gao dan flink limmeneere... (Spoeje doemmeniemer; 2009); Stadsnieuws: Hij is zondag wir goed wiste limmeneere - heeft de bloemetjes buiten gezet; Mstr. limmenere uit illimenere uit illumineren = feestelijk verlichten; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal – LIMMENEREN onov.ww - uitbundig feestvieren en potverteren; verbastering van 'illumineren' - de feestverlichting ontsteken. A.P. de Bont – zw.ww.intr. (illumineren) - feestvieren en pretmaken (niet zelden door halfdronken kerels in een herberg). Jan Naaijkens - Dè's Biks – limmeneere ww - hevig vieren, tekeer gaan; Bosch limmenere - illumineren; gelimmeneerd; van ‘limmeneere’; genieten van het leven; mogelijk uit Frans werkwoord illuminer, feestelijk verlichten; - het er goed van nemen; Cees Robben – Ze hee aaltij geere gelimmeneerd (19570223); Cees Robben – Ik heb aaltij goed gelimmeneerd... (19790202)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal