elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ingewand

ingewand , ingewaande , zelfstandig naamwoord, onzijdig , ingewaann , ingewanden
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
ingewand , ingewanj , vrouwelijk , ingewanjer , ingewanden.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ingewand , ingewannen , ingewanen , (Kampen) ingewanden. Ook: ingewanen (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
ingewand , ingewanen , ingewaanden , zelfstandig naamwoord , mv.; ingewanden van een menselijk of dierlijk lichaam, meestal: de darmen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ingewand , ingewannen , (zelfstandig naamwoord) , ingewanden.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
ingewand , ingewanje , ingewanden , Bie ’t oethoeale vanne ingewanje van ein hoon, vins se dèks nog ein ei.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ingewand , ingewaande , zelfstandig naamwoord , zonder enkelvoud [?]; WBD III.1.1. lemma ingewanden – vooral noordelijk Tilburg
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal