elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inkomen

inkomen , inkomende , (onzijdig) , inkomsten, inkomen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
inkomen , inkomen , loopend inhalen, bereiken; ik ken hōm nog wel weer inkomen, (Goorecht)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
inkomen , inkomme , werkwoord , in de zegswijze ik ken d’r best inkomme, ik kan me dat best voorstellen, ik heb daar alle begrip voor.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
inkomen , inkómme , koum in, is ingekómme , inkomen, binnenkomen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inkomen , inkommen , kwam (kwaamp) in, in ekommen , 1. binnenkomen; 2. inkomen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
inkomen , inkommen , het , inkommens , inkomen Aj vrogger ziek waren, haj ook gien ienkomen (Eli), Ze loopt er knap bij, maor het inkommen is der ok naor (Gas), Hie hef gien vast inkommen (Emm), ...mor een hiel klein inkommen (Bor), Kerel, wat hef dat meinse een veurkommen. As den zo’n inkommen hef as zien veurkommen, dan is er gien deurkommen an gezegd van een boezem (Coe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inkomen , inkommen , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , 1. binnenkomen Het zaod is mooi inkomen (Sle), Wi’j niet even inkomen? (Pdh) 2. te vertellen hebben (Zuidoost-Drenthe) Hie hef niks in te kommen, de vrouw is der baos (Klv) 3. verdienen (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) Die hef niks in te kommen, maor praoties genog heeft geen inkomen (Bal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inkomen , inkòmmende , inkomen. hij hè ’n goei inkommende, hij heeft een goed inkomen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
inkomen , inkommen , inkoemen , zelfstandig naamwoord , et; inkomen, wat iemand aan inkomsten geniet
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inkomen , inkommen , inkoemen , werkwoord , 1. binnenkomen 2. inkomen van stukken, geld
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inkomen , iékoëme , werkwoord , binnenkomen , (zie 'komen')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
inkomen , inkomme , inkomste , inkomen (loon etc.)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
inkomen , inkommen , 1. ww., inkomen.Döör kan-k inkommen; 2. zn., inkomen. Mien inkommen is niet ärg oge.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
inkomen , inkomme , inkomsten, inkomen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
inkomen , [binnenkomen ] , inkómme , 1. binnenkomen 2. begrijpen 3. gebeuren, altijd met niet , Kómtj mer effekes in.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
inkomen , inkómme , (onzijdig) , inkomen, loon
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
inkomen , inkaome , zelfstandig naamwoord, onzijdig , inkaomes , inkomen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
inkomen , inkómme , inkomen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal