elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inkopen

inkopen , ikoupe , koch in, haet of is ingekoch , inkopen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inkopen , inkopen , meervoud , inkopen Veur bepaolde ienkopen bent zie dus anwezen op stad (ov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inkopen , inkopen , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. inkopen doen Hie hef alles inkoft veur de hiele week (Sle) 2. kopen met het doel het weer te verkopen Aj nou nog wat maken wilt, maj wel hiel scharp inkopen (Hgv) 3. (wederk.) zich inkopen Hie hef zuk in die zaak inkoft (Sle), Aj op leeftied bennen, dan moej je inkopen in die begrafenisvereniging (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inkopen , inkóópen , bevallen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
inkopen , inkoope , ingekôcht , een kindje krijgen, bevallen , Óns buurvrôw hi ingekôcht. Onze buurvrouw heeft een kindje gekregen.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
inkopen , inkôope , sterk werkwoord, zelfstandig naamwoord , 1. werkwoord, sterk; inkopen; 2. zelfstandig naamwoord meervoud; inkopen; WBD III.2.2:2 'inkopen gedaan hebben' = zwanger zijn
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal