elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inkuilen

inkuilen , inkoelen , (inkuilen); knolgewassen, vooral aardappelen en wortelen in den grond begraven en met stroo en aarde bedekken; Oostfriesch inkûlen. – Ook verstaat men er onder: tuinboonen in een geultje strooien om ze later te verpoten en de ledig gebleven plaatsen van een bed er mee te bezetten. (v. Dale: inkuilen = in eenen kuil doen of stoppen.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
inkuilen , inkůůlen , zwak werkwoord , inkuilen van veldvruchten.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
inkuilen , inkoele , koelde in, haet of is ingekoelt , inkuilen van aardappelen, veevoeder enzovoort.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inkuilen , inkulle , aardappelen in een kuil brengen waarin ze bewaard worden.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
inkuilen , inkoelen , koelen in, in ekoeld , inkuilen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
inkuilen , inkoelen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drents veengebied) = inkuilen As het zuk weer blef, dan gaon we de eerappels inkoelen, ...het mais inkoelen (Klv), Wij hebt de knollen (Sle), ...het bietenloof (Nam), ... het grös inkoeld (Noo), Gestoomde eerappels gungen wij vrogger wel inkoelen (Koe), Aj grös inkoelen, dan kriej parsvoor (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inkuilen , inkoeln , inkuuln , inkuilen van mais, gras e.d.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
inkuilen , inkoelen , inkuilen , werkwoord , 1. inkuilen van aardappelen 2. inkuilen van kuilgras
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inkuilen , inkulen , (werkwoord) , kulen in, in-ekuuld , 1. inrollen (van knikkers in knikkerpot); 2. zie: inkoelen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
inkuilen , inkoelen , (werkwoord) , koelen in, in-ekoeld , inkuilen (van aardappelen, gras, vaste planten). Zie ook: inkulen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
inkuilen , [inkuilen van aardappelen] , inkoele , inkuilen van aardappelen, bieten, veevoeder, etc. , Ouch ’t witlouf weurtj ingekoeldj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
inkuilen , inkoele , werkwoord , koeltj in, koeldje in, ingekoeldj , inkuilen zie ook krottekoel
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
inkuilen , inkèùle , zwak werkwoord , inkuilen; WBD I:1441 aardappels poten met de schop in afzonderlijke kuiltjes: inkèùle
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal