elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inladen

inladen , ilaae , laade in, haet of is igelaae , inladen. Gout ilaae: flink eten.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inladen , inladen , sterk werkwoord, zwak werkwoord, overgankelijk , inladen Een vrachtrieder möt deurlopend inladen en oetladen (Ndo), Hij is nog goed gezond, hij kan nog flink ienlaan veel eten (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inladen , inlaeden , werkwoord , inladen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inladen , inlâje , veel eten, inladen , Ónzen Tinus kan me toch inlâje. Onze Tinus kan toch veel eten.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
inladen , [inladen ] , inlaje , 1. inladen 2. veel eten , Dao zeen ze weer good aan ’t inlaje: er steekt een onweer op.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal