elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inpakken

inpakken , ipakke , pakde in, haet of is igepak , inpakken. Doe kéns ipakke mit die kräömke: je kunt verdwijnen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inpakken , inpakken , sterk, zwak werkwoord, overgankelijk , 1. inpakken Ik mut de koffers nog inpakken, wij mut morgen al vrog weg (Hol), Inpakken en wegwezen! (Rol) 2. weggaan, ophouden Jonges, pak maar in, hij wint toch altied mit blokgooien (Bco), As ie zo knooit kuj wel inpakken (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inpakken , iénpakke , werkwoord , pakde ién, iéngepak , binnenhalen , VB: De waas iénpakke. Zw: De kêns iénpakke: je hebt afgedaan.; pakken (de koffers pakken) iénpakke VB: Dry daog vuur ze op rejs goën hèt ze de koffers al iéngepak
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal