elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inslapen

inslapen , inslaope , sjleip in, haet of is ingesjlaope , inslapen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inslapen , inslaopen , sterk werkwoord, onovergankelijk , 1. inslapen Hij was zo mu hij sleup drekt in (Noo) 2. overlijden Hie is vanmörgen inslaopen (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inslapen , inslaopen , werkwoord , inslapen, ook: overlijden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inslapen , iñslaepe , werkwoord , slaep in, sliep in, iñgeslaepe , inslapen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
inslapen , inslaopen , (werkwoord) , 1. inslapen; 2. sterven. Zie ook: stärven, aoverlieden.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal