elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inspuiten

inspuiten , insjpuite , sjpƶtde in, haet of is ingesjpaote , inspuiten.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inspuiten , inspuiten , sterk werkwoord, overgankelijk , inspuiten Hie is inspuit tegen griep (Sle), Koien worden inspoten veur mond en klauwzeer (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal