elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: instellen

instellen , insjtëlle , sjtëlde in, haet of is ingesjtëlt , instellen; zich voorbereiden. De kénjer zeen gout ingesjtëlt: de kinderen zijn goed voorbereid op hun Eerste Heilige Communie. Hae waas gout ingesjtëlt: hij was goed voorbereid op zijn dood.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
instellen , instellen , zwak werkwoord, overgankelijk , instellen Wel hef dat insteld dat wij zo late in hoes wezen meut (Bov), Hie was er niet op insteld um dat wark te doen (Val)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal