elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: invallen

invallen , invaln , werkwoord , toevallig gebeuren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
invallen , invalle , werkwoord , in de zegswijze ik val niet erg in ’m, ik moet hem niet erg. – Ik val d’r niet erg in, ik houd er niet erg van.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
invallen , invalle , voul in, is ingevalle , invallen, instorten.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
invallen , invallen , sterk werkwoord, onovergankelijk , 1. invallen De winter is van ’t joor op tied invallen (Bov), De achtergevel stiet op invallen (Odo) 2. mager worden Aj een maond zunder tanden loopt val ij in (Sle), Hij is zeik west hij is slim invallen (Vri), De ogen van die koe bint aordig invallen hij heeft holle ogen (Bui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
invallen , invalen , werkwoord , 1. voor iemand invallen 2. invallen bij muziek 3. een inval, een idee krijgen 4. plotseling aanvangen van een jaargetijde, van weersomstandigheden e.d. 5. in elkaar vallen 6. met geweld binnenvallen, binnendringen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
invallen , iénvalle , werkwoord , binnenvallen , (zie 'valle') VB: De Pruúsje zién ién mèi 1940 ôs laand iéngevalle.; instorten (zie 'vallen') VB: 't Aad kesjtiel van Groéselt ês ién de aachtiende iew haos gaans iéngevalle.; te binnen (te binnen schieten); iénvalle (zie 'vallen') VB: Es 't mich iénvêlt dan laot ich dich waol get wèite; iévalle invallen (te binnen schieten); iénvalle (zie 'vallen') VB: Es 't mich iénvêlt dan laot ich dich waol get wèite
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
invallen , invalle , werkwoord , vèltj in, veel in, ingevalle , 1. invallen 2. terugvallen in zijn oude ziekte
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal