elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: invaren

invaren , invoaren , voor: inschieten. Van een ruim kleedingstuk, bv. van ruime laarzen zegt men: ik ken dʼr moar zóó invoaren.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
invaren , invaare , ivaare , vour in, haet of is ingevaare/vour in, haet of is igevaare , inrijden met auto en dergelijke; de oogst binnenhalen.; ivaare inrijden, binnenhalen van oogst.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
invaren , inveren , invaeren , werkwoord , invaren: naar binnen varen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
invaren , iéväore , werkwoord , binnenhalen , (van de oogst) iéväore (zie rijden') VB: Laot v'r 't hûi iéväore, 't gèit rëngele.; binnenrijden (zie 'rijden') VB: Väor d'n ôtô mer ién, 't gèit dis naach vrere.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
invaren , [naar binnen varen] , invaeren , (werkwoord) , invaren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
invaren , invare , werkwoord , vuërtj in, voeër in, ingevare , 1. inrijden 2. naar binnen rijden 3. de oogst in de schuur brengen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal