elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: invoegen

invoegen , ivouge , vouchde in, haet of is igevouch , invoegen; voegen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
invoegen , invoegen , zwak werkwoord, overgankelijk , invoegen Die muren moet neug invoegd worden (Bui), De messelder kwaamp de mure invoegen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
invoegen , [tussenvoegen] , inveuge , tussenvoegen , Ich höb get losse blaedjes ingeveugdj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
invoegen , [invoegen] , invoge , invoegen , Oppe Maasbrök in Wèssem kóns se mer kort op de A2 invoge.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
invoegen , invoge , werkwoord , voogtj in, voogdje in, ingevoogdj , invoegen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal