elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: jaargang

jaargang , jaorgank , mannelijk , jaorgèng , jaargang.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
jaargang , jaorgang , de , jaargang IJ zint van een andere jaorgang as mien va niet even oud (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
jaargang , jaorgaank , jaorgang , zelfstandig naamwoord , de; jaargang: van tijdschrift, krant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
jaargang , jöörgank , (zelfstandig naamwoord) , jaargang.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal