elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: jokken

jokken , jokken , grapjes maken Genesis 19: 14 Staten vertaling: jokkende, Nieuwe vertaling schertsende
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
jokken , jókse , jóksde, haet gejóks , pretmaken, schertsen; opmaken. De ganse kraom verjókse: de hele boel er doorjagen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
jokken , jokken , de , jokkens , (N:dva:Hgv) = leugen Dat waren verdulde jokkens schandalige leugens
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
jokken , jökken , (Gunninks woordenlijst van 1908) verzachtende uitdrukking voor liegen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal