elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: joodje

joodje , jutje , onzijdig , jutjes , pos, kleine baarsvis, Acerina cernua.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
joodje , jeudtien , joodtien, jood, judde, jeude, jeudegie, jeudegien, , het , jeudties , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook joodtien (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe), jood (Zuidwest-Drenthe, zuid), judde (Kop van Drenthe), jeude (Zuidwest-Drenthe, zuid), jeudegie, jeudegien (Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), jurregien (Zuidwest-Drenthe, noord) = klein zwart potkacheltje, kachel zonder mantel De jeude is goed warm (Flu), Een joodtien was gauw warm, mar as het vuur uut was, was hij ook gauw weer kaold (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
joodje , jeutien , (Kampen) kleine stenen pijp
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
joodje , judsje , zelfstandig naamwoord onzijdig , judsjes , - , pos , (kleine baarsvis) judsje
Bron: Jaspars, G. en H. FiƩvez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
joodje , joodjie , glazen klepper (tol), die ietwat afgesneden was
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal