elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kaasdoek

kaasdoek , kaasdoek , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Daarnaast keesdoek. Bij de kaasmakerij. Het doekje waarin de pas geperste kaas gewikkeld wordt vóór die onder de grote pers wordt gebracht. Zo ook elders.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kaasdoek , keisdoek , zelfstandig naamwoord de , Doek waarmee de kaas in de kaaskop wordt afgedekt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kaasdoek , keesdouk , mannelijk , keesduik , kaasdoek.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal