elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kerkdorp

kerkdorp , kirkdörp , onzijdig , kirkdörper , kirkdörpke , kerkdorp. Herte, Maerem en Ooi, drie kirkdörper en eine pestoor.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kerkdorp , karkedörp , karkdörp , zelfstandig naamwoord , et; kerkdorp
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kerkdorp , [kerkdorp] , kirkdörp , (onzijdig) , kerkdorp, onderdeel van een gemeente
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal