elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kerstdag

kerstdag , Kersdag , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Daarnaast Karsdag || Hij is jarig op ierste Karsdag. Kars-dagen, Pincxter-dagen, LAMS 730 (a° 1651).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kerstdag , krisdaach , mannelijk , krisdaach , kerstdag. “Jeh, bës dees krisdaach” wordt wel eens ironisch gezegd, als vrienden afscheid nemen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kerstdag , kesdaeng , kerstdagen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kerstdag , kerstdag , karstdag, kaarstdag , de , (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën). Ook karstdag (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe), kaarstdag Kop van Drenthe), ook uitgesproken zonder t. In het mv. de gebruikelijke benaming voor kerstmis, naast het minder voorkomende kerst(mis) = 1. kerstdag De eerste karstdag mug de jeugd het pad niet op (Hav) 2. (mv.) kerstmis Zie komt tuschen kerstdagen en neijaor (Sle), De karstdagen valt dit jaor op donderdag en vrijdag (Flu), Met kaarstdaogen kriegen wai knien (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kerstdag , käsdag , kerstdag
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kerstdag , kastdag , kestdag , zelfstandig naamwoord , de; de eerste of tweede kerstdag
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kerstdag , Korsdaege , zelfstandig naamwoord , [veroud] Kerstdagen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kerstdag , kärsdag , (zelfstandig naamwoord) , kerstdag.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kerstdag , kersdaag , kerstdag
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal