elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ketelmuziek

ketelmuziek , kaetelmeziek , vrouwelijk, onzijdig , ketelmuziek. Als een weduwnaar voor de tweede keer trouwde, werd zolang ketelmuziek gemaakt, totdat hij de jonggezellen op bier trakteerde, het zgn. “huulbeier”. Zie ook het oudere: rammele.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ketelmuziek , ketelmeziek , de , muziek met veel lawaai Man man wat hej hier veur ketelmuziek (Hoh), Wij hebt daor muzikanten had het was net ketelmeziek (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ketelmuziek , ketelmeziek , zelfstandig naamwoord , de; 1. door een groep mensen voortgebracht lawaai: nl. vooral door met potten, pannen, deksels e.d. tegen elkaar te slaan, als iemand iets gedaan had dat moest worden afgestraft in de ogen van de dorpsgemeenschap; ketelmuziek werd ook wel gemaakt ter verwelkoming van bep. nieuwe personen op een dorp 2. door mensen geproduceerd lawaai
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ketelmuziek , keetelmeziek , zelfstandig naamwoord , ketelmuziek; lawaai maken met potten, pannen, etc. Audioregistratie 1978 - Meej grôote schijnwerpers vur zen deur (Vermeer)! Èn… e… toen… e… keetelmeziek! Ik meej en akkòrdeejon veur erop èn ik krêeg er nòg êene bè me.  (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal