elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kettingkast

kettingkast , këttingkas , mannelijk , këttingkės , kettingkast van fiets en dergelijke.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kettingkast , kettingkast , de , kettingkast Ik mur een neie kettenkaste an de fietse hebben (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kettingkast , kettingkáást , kettingkast.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kettingkast , kettnkaste , kettingkast.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kettingkast , kettenkaaste , kettingkaaste , zelfstandig naamwoord , de; kettingkast
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kettingkast , kettingkààst , kettingkast
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal