elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kindsdeel

kindsdeel , kinsjdeil , onzijdig , kindsdeel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kindsdeel , kindsdiel , kindsporsien , het , Ook kindsporsien = kindsdeel As ien van de aolden overleden is, hef het kind recht op een kindsdiel (Em), Hie hef zien kindsdiel al kregen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kindsdeel , kiendsdiel , kiensdiel , zelfstandig naamwoord , et; kindsdeel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kindsdeel , [erfenis] , kinsdeil , (onzijdig) , kindsdeel bij erfenis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal