elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kinnetje

kinnetje , kintje , ⅓ vat = 20 Kilogr. boter; Friesch kijntje, Neder-Betuwsch kijnje, eene vochtmaat, ook maat voor ingemaakte vruchten. Kil. kinneken = vaatje; Oostfriesch kîn = vat, ton, alleen in het verkleinwoord kîntje = vaatje, inzonderheid een vaatje van 1/64 ton. Het zou, volgens ten Doornkaat, van een verouderd kîn (houten vaatwerk, kuip, enz.) komen, van het Oud-Saksische cinan = splijten, bersten, in den zin van: in deelen scheiden. – (v. Dale: kinnetje = zekere maat, 1/4 gedeelte van eene ton, inz. van bier (ongeveer 39 liters), 1/8 gedeelte van eene kalkton (= 18,17 liters.) (Oudtijds schreef men: kindeken.) – Verwensching o.a. tegen koppige kinderen: verander om mien part in ’n kintje botter.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kinnetje , kinnetje , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Napje; b.v. het blauwe napje in de emmers van de melkboeren. – Kinnetje is oorspronkelijk de benaming van een bepaalde maat en heeft als zodanig verschillende afmetingen. Zie Tijdschr. 11, 53 vlgg. en Mnl. Wdb. III, 1429 op kindekijn.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kinnetje , kintje* , bij v. Dale: kinnetje.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
kinnetje , kinjtje , kinneke beier , onzijdig , kinnetje (een vaatje bier van plm. 39 liter).; kinneke klein vaatje bier, zie: kinjtje.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kinnetje , kinnegien , het , kinnegies , (Zuidwest-Drenthe) = 1. half vaatje boter van 20 pond 2. vat bier van ong. 40 l
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kinnetje , kinnegien , zelfstandig naamwoord , et; een half vaatje boter
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kinnetje , kinnechie , zelfstandig naamwoord , kinnechies , biervaatje van ongeveer 20 liter, kinnetje Een kinnechie hooibier kostte in negentienhonderd vijf en twinteg stuivers
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal