elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kits

kits , kits , kets , Walg. Mij steekt er de kist van, dat is: het walgt mij, staat mij tegen, ben daarvan afkeerig.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
kits , [tussenwerpsel] , kits , interj. klanknabootsing van het ketsen van een geweer.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
kits , kits , m , ’t Is kits (soms erbij gezegd: achter de rits) Het is in orde.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kits , kits , m , spuug.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kits , kits? , alles kits? , (alles) wel?
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
kits , kits , bijvoeglijk naamwoord , In orde, okee, gezond. Uit Jiddisch (alles) gietes = (alles) gute, (alle) goeds.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kits , kisj , kitsj , mannelijk , lol, plezier, vreugde, zie: kitsj.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kits , kits , mannelijk , kitse , kitske , krats, klein beetje.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kits , kitsj , vrouwelijk , kitsje , kitsjke , klokhuis van appel e.d. Dae haet ’n gou kitsj in: hij heeft een sterk gestel; edele inborst.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kits , kits , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , voor elkaar, in orde Mit mij is alles nog goed kits (Ruw), Met de boerderij geeit alles kits (Nor), Hoe is het? Antw. Alles kits en de bok vet (Sti) of Alles kits achter de rits (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kits , kits , kiets , bijvoeglijk naamwoord , gezond, in orde
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kits , kits , (grind)hoop (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kits , [klokhuis ] , kits , (vrouwelijk) , kitse , kitske , 1. klokhuis van appel of peer 2. kern , Doe mós ouch de kits opaete!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kits , kits , in orde
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kits , kits , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kitse , kitske , klokhuis
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kits , kits , bijwoord , "in orde; Van Beek - ""Alles kits en 't keind hiet Jaoneke."" Of: ""Alles kits! de kachel op bed en de kleine in de kolenbak."" Alles is in orde. (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958); Cees Robben – Mar ast bijgeleet is, is alles wir kits... (19631122)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal