elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klaren

klaren , kloaren , in: ’k zij d’r gijn kloaren tou = ik zie het niet te klaren, weet geen middel om die zaak in orde te brengen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
klaren , klaren , (zwak werkwoord, transitief) , Schoonmaken. || Je moete de bedslaningen (onderlagen van het bed) mit wapeling (zeepsop) klaren. Morgen moet ’et zolder ’eklaard worden. We beginnen toekommende week te klaren (grote schoonmaak te houden). (Betaald aan) Dirk Lavijn voor hetgeen de vrouw te goed hadde van klaren f 5: 5, Cassaboek v. h. weeshuis (a° 1762), arch. v. Zaandijk. – Zegsw. ’k Moet nog klaren, ragen, Jan bakeren en taaien (balletjes) halen (gezegd om iemand voor de gek te houden, die het erg druk heeft of het zich erg druk maakt). – Bij vissers. De netten klaren, de gebruikte visnetten van ruigte en ontuig reinigen. – Klaren, klaar, helder maken, heeft aan de Zaan de speciale betekenis van schoonmaken aangenomen. Zie ook klaarster en de samenstelling klaarbak, klaarschraag, klaarstelling, klaartijd.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
klaren , kleere , kleerde, haet of is gekleert , klaren, ’t Kleert zich in de leimkoel: de boze bui trekt over.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
klaren , klaoren , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. klaarspelen Dit karwei zal ik wel even klaoren (Flu), Zulden ze het daor wel klaoren? redden (Mep) 2. ophelderen (Zuidoost-Drents zandgebied, Veenkoloniën) De lucht klaort al (Sle) 3. effenen, egaliseren (Zuidwest-Drenthe, zuid, N:ti) Dat stokkie veine mus nog eklaord worden (Hgv) 4. nagaren, smoren (Zuidwest-Drenthe, noord) Toen de brei gaer was, zette zij het hiele geval in de heuikiste um te klaoren (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klaren , klören , klaoren , (Kampen) iets voor elkaar krijgen. Ook: klaoren (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
klaren , klaoren , werkwoord , 1. klaarspelen, tot stand brengen en afwerken 2. helder worden van de lucht 3. egaliseren van de grond, om daar turf op te maken uit hoogveenspecie
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klaren , klaoren , schoonmaken (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
klaren , [afhandelen] , klaore , klaortj, klaordje, geklaordj , afhandelen , Zoea, det werk is weer geklaordj, noe höbbe wae rös(t).
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
klaren , klaore , werkwoord , klaortj, klaordje, geklaordj , klaren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
klaren , klaore , zelfstandig naamwoord , klare (heldere) jenever; Kees en Bart:  en glòske klaore; jenever is een heldere, 'klare' sterkedrankNaa moppert ons Sjaan wèl: «Dès niks mir vur jou/ nao de twidde klaore is oewe kokkerd al blauw». (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ‘Kèk – zeej aauwe Giel‘); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) -  sinte Peetrus weende bitter, zi drònke Piet, dan zal ie ók wèl klaore gelust hèbbe (Daamen - Handschrift 1916) zeispreuk; Piet van Beers – ‘Sil... Haauw de bintjes strak’: Eene raod zô ik toch wille geven./ Vur dè ge s'aoves slaope gòt./ Vat dan unne goeie borrel klaore,/ tegen de wurrem en de mot. (With Love; 1982-1987); WBD III.2.3:272 'klare' = brandewijn; Buuk: jonge jenever.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal