elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleef

kleef , [gierig] , kléf , Van kléf. Van houdʼm, zuinig, niet scheutsch. Ik bin van kléf, ik hòlde meer van de hebbe dan van de géf.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
kleef , klif , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zeker onkruid dat veel in granen voorkomt. Kleefkruid, Lat. Galium Aparine (OUDEMANS, Flora 2, 178). – In verkl. kliffie, klifzaadje. || Wat zit er ’en klif in de garst. Die gort is niet mooi; der bennen erg veul kliffies in. – Elders in N.-Holl. heet de plant klift. Vgl. ook Oost-Fri. klîf, kleefkruid, bij KIL. “klijve, kleve, Sax. lappa”, en zie verder VAN HALL, Landh. Flora 105.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kleef , kléf , van kléf. Van houd’m, zuinig, niet scheutsch. Ik bin van kléf, ik hòlde meer van de hebbe dan van de géf.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
kleef , kleef , onzijdig , kleever , talud; voor berghelling e.d. zie: hang.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kleef , kleef , zelfstandig naamwoord , in kleef op ’e lippen gezegd van honing e.d., die nl. aan de lippen blijft kleven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
Kleef , Kleef , zelfstandig naamwoord, eigennaam , gebruikt om gierigheid aan te duiden; Kleef; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) -  tisser êene van Kleef, daor haawe ze meer van den hèb dan van de geef (Daamen - Handschrift 1916) (z. a. onder Geffen)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal