elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: accepteren

accepteren , aksepteiere , aksepteierde, haet of is geaksepeiert , (Frans) accepter, accepteren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
accepteren , akcèptiire , aanvaarden , Ge héd nouw immel veul laast van zwiitjatte, dé zul’de moete akcèptiire. Je hebt nu eenmaal veel last van zweetvoeten, dat zal je moeten aanvaarden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
accepteren , aksepteren , werkwoord , accepteren: pikken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
accepteren , akseptere , werkwoord , aanvaarden , (aksepteerde, geaksepteerd) VB: De zals môtte akseptere dats te verloeren hebs.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal