elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achtergrond

achtergrond , achtergrond , de , 1. achtergrond Op de achtergrond stiet ok nog wat (Bor), Det huus stiet aordig op de achtergrond (Dwij), Dat schilderij het een mooie achtergrond (Eco), Wie wonen der wel mooi, want dat bos vörmt ain mooie achtergrond (Vtm), Hie holdt zök op de achtergrond (Sle), Aan dat kind wordt neit veul aandacht besteed, die komt ein beetje op de achtergrond (Erf), Aj het tegen die aachtergrond bekiekt, kuj wel geliek hebben (Bro) 2. diepere oorzaak Dat geval hef een bezundere aachtergrond (And), Aj de achtergrond weet, dan dut het je gien nei meer, dat het zo gaon is (Bei), Dat die vent altied zo drinkt mot toch een achtergrond hebben (Hijk) 3. basis, afkomst, verleden Die het nait zo’n mooie achtergrond (Eco), Zit er een goeie achtergrond achter bij die koe? zijn er goeie papieren bij (Sle), Aj mor een goeie achtergrond hebt, dan wil het mienstied wal (Zwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achtergrond , atergroond , aachtergroond , zelfstandig naamwoord mannelijk , aachtergron, atergrond , - , achtergrond , atergroond; aachtergroond VB: Gaot dao sjtoën vuur de foto, daan heb v'r 'nne sjoenen aachtergroond.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal