elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afvegen

afvegen , ofvege , werkwoord , Afvegen, in de zegswijze ’n aâr het er z’n neus niet an of te vegen, een ander hoeft er zich niet aan te ergeren. – Gien mens veegt er z’n neus an of, niemand ergert zich er aan of spreekt er schande van.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
afvegen , aafvaege , vaechde aaf, haet of is aafgevaech , afvegen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
afvegen , ofvèèng , vèèng of, of evèègd , afvegen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
afvegen , ofvegen , zwak werkwoord, overgankelijk , (af)vegen Wol ie de achtergang nog even ofvegen aanvegen (Zwe), Hij veg er zien gat an of het laat hem onverschillig (Hgv), Ik zal oe de rogge wel ies ofvègen te pakken nemen (Koe) *Ie moet het gat niet ofvegen vèurdaj scheten hebt het vel niet verkopen voordat je de beer hebt geschoten (Bei); Aj zelf een snotneuze hebben, muj niet preberen een aander de neuze of te vegen kijk eerst naar jezelf (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afvegen , afgeveege , afgeveegd , Hulst is’t zûiverste hout wat’ter is, d’r hi nog nóót nen boer z’n kónt ôn afgeveege. Hulst is het zuiverste hout wat er bestaat, daar heeft nog nooit iemand zijn bips mee afgeveegd.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
afvegen , ofvegen , werkwoord , afvegen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afvegen , aofvège , werkwoord , vègde aof, aofgevèg , afvegen , VB: Vèg dat keend 'ns z'n sjnôtsnaos aof estebleef.; rijden (hard naar beneden rijden) aofvège (vègde aof, aofgevèg)VB: D'n Êkkelderbérg aofvège
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
afvegen , afvèège , afvegen. in de uitdruk­ king: “ergus z’n botte n’aon afvèège”, “zich ergens niets van aan­ trekken”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
afvegen , [schoon vegen] , aafvaege , afvegen , Zich örges de vot aan aafvaege: zich nergens iets van aantrekken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
afvegen , aafvaege , werkwoord , veugtj aaf, voog/vaegdje aaf, aafgevaegdj , afvegen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal