elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: agrement

agrement , argement , aggement , garneersel. (v. Dale: agrement, sieraad op kleedingstukken, boordsel.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
agrement , agrementje , zelfstandig naamwoord ’t , Garnering van een japon. Uit Frans agrément.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
agrement , agremeent , zelfstandig naamwoord onzijdig , agremeente , agremeentsje , sierband , (fr. 'agrément': versiersel) (o.) (-e, -sje) (vero.) VB: 'n agremeent kôs te kriége ién versjejje kleure.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal