elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: allegatie

allegatie , allegasie , beweringen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
allegatie , allegaase , vrouwelijk , allegaases , plichtpleging; drukte. Allegaases maake: overdreven beleefd of hoffelijk zijn.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
allegatie , allegäosie , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , drukte , (kouwe drukte, poespas) allegäosie VB: Fôj, dè makde mich 'n allegäosie vuur zoe 'n sjtommighèid.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
allegatie , allegasie , zelfstandig naamwoord, mannelijk , ophef, kouwe drukte
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal