elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: artiest

artiest , artiest , de , artiesten , 1. kunstenaar Geweldig, wat een artiesten in dat circus (Sle) 2. rare snuiter Dat is ok een mooie artiest (And), zie ook scheuvelloper
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
artiest , artis , zelfstandig naamwoord mannelijk , artiste , - , schuinsmarcheerder , VB: De bis mich oüch 'nnen artis.; kunstenaar artis
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal