elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: baalschort

baalschort , baolscholk , m , werkschort (of slob) gemaakt van een jute baalzak.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
baalschort , baolschort , m , Een schort, gemaakt van een jute zak (baal).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
baalschort , ballesjolk , zelfstandig naamwoord , schort , (schort van gebruikte jute zak) ballesjolk (vero.) VB: 'nne ballesjolk wäor gemak van 'balle': zek.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
baalschort , [schort] , baalsjolk , (mannelijk) , jute schort, voorschoot voor vrouwen bij brikkebekkers
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal