elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balein

balein , belien , bêrlien , balein; zoowel voorwerps- als stofnaam.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
balein , belîne , (mannelijk) , Balein. Ndl. ei wordt in dit woord bij uitz. uitgesproken als ie. Verkleinw.: belîntjen.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
balein , belîne , (mannelijk) , Balein. Ned. ei wordt in dit woord bij uitz. uitgesproken als ie. Verkleinw: belîntjen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
balein  , belien , balijn.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
balein , beliine , [bәlīnә] , vrouwelijk , balein
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
balein , beleintje , v , beleintjes , balein(en).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
balein , ballèin , vrouwelijk , ballèine , ballèinke , balein.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
balein , belien , beliene, balien, bliende , belienen , Ook beliene (Zuidwest-Drenthe), balien, bliende (Zuidwest-Drenthe, zuid) = balein ...met een belien, die ze dubbel deden en de daarm daor tussendeur trokken methode bij het schierschonen (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
balein , belien , 1. balein (stofnaam). Hoornachtige strips uit de bek van een walvis. Belien is ofkomstig van de walvis. 2. balein in de paraplu. De belienn waern deur de störm de verkeerde kante op gaon staon.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
balein , belein , blein, bleine, balein , zelfstandig naamwoord , de; balein: in korset of paraplu
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
balein , blain , zelfstandig naamwoord , blaine , blaintjie , balein (vroeger gebruikt om een corset de nodige stijfheid te geven)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
balein , berlyn , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , berlyne , berlynsje , balein , VB: Eine fleenke weend en de berlyne van de perreplu zién nao de sjwèrnoed.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
balein , beliene , (zelfstandig naamwoord) , balein.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
balein , blein , balein in een corset
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
balein , blie~n , blie~ne , blie~nke , balein
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal