elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balsem

balsem , balsem , de , balsems , balsem Een geneesmiddel tegen hondenkring is blom van zwevel met balsem (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
balsem , balsem , zelfstandig naamwoord , de 1. balsemolie 2. wat vetachtig is gelijk balsemolie 3. hondsdraf 4. in wilde balsem akkermunt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
balsem , baalsem , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , balsem , VB: Dy wëurd wäore wie baalsem vuur me gemood, want wat wäor ich bedreuf.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal