elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: baron

baron , beron , baron. Zie ook: bram.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
baron  , berôn , brôn  , baron.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
baron , berón , mannelijk , berónne , berunke , baron.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
baron , baron , beron , baronnen, barons , Ook beron = 1. baron Hie lop der bij as een baron: ʼt lief veuroet en de doemen achter ʼt vest (Gas), Dat is een baron van Habberniks veel poeha en geen geld (Dwi), Het is een baron van Eikenstein, een echte dikdoender (Odo) 2. dikke kerel, soms met air van een baron Die kerel, dat is mij ook een baron, die kan niet zien, of hij de schoenen dichte hef (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
baron , beron , baron
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
baron , baron , beron , zelfstandig naamwoord , de; baron: vrijheer
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
baron , beron , zelfstandig naamwoord mannelijk , beronne , berönsje , baron , VB: Ién Riékelt woende vreuger jaore op 't kesjtiel 'nne beron.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
baron , beron , beron van Epscheuten; beron van Uppelscheuten, verwaand persoon (Apeldoorn).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal