elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bazeltrien

bazeltrien , bäozeltriéne , bäozeltryn , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , bäozeltriénes , - , kletstante , bäozeltriéne; bäozeltryn VB: Zoe 'n bäozeltryn hynk 't gaans duerp aonèin.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bazeltrien , [iemand die onzin praat] , bazeltrien , kletskous, iemand die onzin vertelt, zie ook bazelvot
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal