elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bediende

bediende , bedeinde , mannelijk , bedeindes , bediende, zie het oudere: dómestiege.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bediende , bediende , de , bediendes, bedienden , Voor var. z. dienen = bediende In dat café heb ze smangs weinig bedeinden (And)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bediende , bedeende , zelfstandig naamwoord mannelijk , bedeendes , - , bediende , VB: Eleng de lûi van 't kesjtiel hawwe vreuger 'nne bedeende.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bediende , bedeendje , (mannelijk) , bedeendjes , bediende, ambtenaar
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal