elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beeldhouwer

beeldhouwer , beeldhoûwer , zelfstandig naamwoord mannelijk , beeldhoûwers , - , beeldhouwer , VB: Dè beeldhoûwer wërk vernaomelik mêt mäolber.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beeldhouwer , bildhaawer , zelfstandig naamwoord , beeldhouwer; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BELDHOUWER zelfst. nw. m. - beeldhouwer
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal