elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beperken

beperken , beparken , beperken , Ook beperken (Midden-Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied) = beperken IJ moet het roken wat beparken (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beperken , beparkn , beperken.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
beperken , beparken , werkwoord , 1. beperken: in omvang 2. binnen bep. grenzen houden, blijven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
beperken , bepérke , werkwoord , bepérkde, bepérk , beperken , VB: Ich zal mich bepérke tot de vernaomste zäoke en mich neet mêt figgeleteite bemeuje.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beperken , bepärken , (werkwoord) , bepärken, bepärkt , beperken.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal