elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beste

beste , beste , (ten beste). Tot een geschenk, eene verëering of onthaal. Zoo zegt men: Hij gaf eene ton bier ten beste, dat is: hij verëerde eene ton bier. Er
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
beste , bes , bessen , (Zuidwest-Drenthe) = lief kind Ie bint moe zien bessien (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beste , beste , biste , w.c., toilet.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
beste , beste , baeste , zelfstandig naamwoord , et 1. bestwil, nut, zie ook best, bet. 2 2. uiterste inspanning 3. het best denkbare, wat het beste geacht moet worden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
beste , bêste , allerbeste , (je bent de allerbeste) de bis de bêste van èine; beste bêste VB: 't zién bêste lûi, dao neet van.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beste , [beste ] , bèste , (onzijdig) , beste , ’t Bèste: tot ziens! afscheidswens.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
beste , [beste ] , bèste , (mannelijk) , beste , Det kan de bèste gebuuere, mer de stómste ’t ieës(t)!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
beste , beeste , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Nederweerts, Ospels) beste
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal