elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bestuur

bestuur , bestuur , het , besturen , bestuur Zie hebt een paar klaore kerels in het bestuur zitten (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bestuur , bestuur , zelfstandig naamwoord , et 1. bestuur van een vereniging, overheid enz. 2. in uut bestuur wezen een beetje ziek zijn (m.b.t. verkoudheid, griep, een ontregelde spijsvertering enz.), ook: enigszins van streek; verder in Et is uut bestuur het loopt niet goed
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bestuur , bestier , zelfstandig naamwoord , bestiere , bestiertie , bestuur Hij zit in ‘t polderbestier Hij zit in het polderbestuur
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bestuur , besjtuur , zelfstandig naamwoord onzijdig , besjtuure , - , bestuur
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bestuur , besteur , zelfstandig naamwoord, onzijdig , besteure , bestuur
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal