elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beterkoop

beterkoop  , baeterkoup , beterkoop.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
beterkoop , baeterkoup , baeterkouper, baeterkoupste , goedkoper.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
beterkoop , bétterkoeëp , goedkoper.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
beterkoop , baeterkoëp , gójkoëper.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
beterkoop , beterkoop , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) = goedkoper Dat van mij is beterkoop as dat van je (Sle) (zelfst.) Dit hoes is wal wat duurder, maor het is ok een beterkoop een betere koop (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beterkoop , bëterkoüp , goedkoop , bëterkoüp (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beterkoop , [goedkoper] , baeterkoup , goedkoper, zie ook goodkouper
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
beterkoop , baeterkaûp , baeterkaup , bijvoeglijk naamwoord , baeterkaupe , goedkoper (Frans: meilleur marché) zie ook bèstekaûp
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
beterkoop , baeterkoup , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , goedkoper
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
beterkoop , baeterkoup , goedkoper
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal