elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bevernel

bevernel , bëvernel , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , bëvernelle , bëvernelke , trilgras , (mnl. 'bevernelle': pimpernel, steenbreek) Zw: De bëvernel hebbe: rillerig zijn.; bevernel bëvernel; rillerig (rillerig zijn) de bëvernel hebbe
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal