elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bevroren

bevroren , bevrozen , zegt men hier meer, dan bevroren.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bevroren , niet bevrään , niet bevroren = vrijpostig. (alleen negatief gebruikt).
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
bevroren , neet bevroere vuur, neet bevroere , staat , (in staat tot) neet bevroere vuur VB: Vuur zoe 'n biestery oét te hoële, dao ês 'r neet bevroere vuur
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bevroren , bevrôôze , bevroren.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal