elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijnaam

bijnaam , bienääm , mannelijk , bijnaam
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
bijnaam , bienaam , mannelijk , bienaame , bijnaam.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bijnaam , bienaeme , bijnaam.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bijnaam , bi’jnaeme , zelfstandig naamwoord , de; bijnaam: toegevoegde naam of spotnaam
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bijnaam , biénaom , zelfstandig naamwoord mannelijk , biénaome , - , bijnaam , VB: Vreuger haw haos ekerèin ién 't duerp 'nne biénaom: Pootsj, de Zjwyp, d'n Dobbele, Bugele Leen.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bijnaam , bi’jname , (zelfstandig naamwoord) , bijnaam.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
bijnaam , [bijnaam] , bienaam , (mannelijk) , bijnaam , Vreuger haje de minse allemaol eine bienaam.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bijnaam , bî-jnaam , beejnaam , zelfstandig naamwoord, mannelijk , bî-jname, beejname , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); bijnaam
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
bijnaam , beejnaam , bijnaam
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal