elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: biljet

biljet , biljet , bejet , biljetten , Ook wel uitgespr. als bejet = biljet Hest het biljet al invuld? (Erf)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
biljet , biljêt , zelfstandig naamwoord onzijdig , biljêtte , biljêtsje , biljet , VB: biljêtte van 500 Euro zuús te koelik, de kêns t'r oüch haos nuurges mêt betaole.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal